Codex Studiosorum Bruxellensis
Als de Kerels te gare zijn
T: Albrecht Rodenbach
M: Engels Volkswijsje
Als de kerels te gare zijn, Doedle bomle rom dom dom, Wat liedje moet er gezongen zijn? Doedle rom dom dom! 't Kerelslied, 't kerelslied, Doedle bomle rom dom dom, 't Kerelslied, 't kerelslied, Doedle rom dom dom.
Volgende strofen worden analoog gevormd
Zij renden met zessen langs de baan, Zij hadden stalen kleren aan, Isegrims, Isegrims.
Zij hadden waaiend' helmen aan, Zij renden zingend langs de baan, Wat zongen zij? Wat zongen zij?
Van edele ridders en heren groot, Van nijdige kerels en galgedood, Isegrims, Isegrims.
De kerels kennen een schon'ren zang, De zang der kerels is niet lang, Maar zegt veel. Maar zegt veel.
"Vliegt de Blauwvoet? Storm op zee!" "Vliegt de Blauwvoet? Storm op zee!" Storm op zee! Storm op zee!
En als de kerel aan 't zingen valt, zijn liedje vromer als d'andre schalt, Storm op zee! Storm op zee!
Fout gevonden
Bezoek het forum om fouten te melden aan de redactieraad.
© Codexfonds 2008