Codex Studiosorum Bruxellensis
Het waren twee Conincskinderen
Van oorsprong middeleeuws minnelied, opgetekend door Florimond van Duyse. Het is waarschijnlijk gebaseerd op het verhaal van Hero en Leander, een griekse mythe, dat onder andere door Ovidius werd opgetekend.
Ingekort van 8 strofen
Het waren twee conincskinderen, Sy hadden malcander soo lief; Sy conden byeen niet comen, Het water was veel te diep. Wat deed sy? Sy stac op drie keersen, Als 's avonts het daghelicht sonc; "Och liefste comt swemt er over!" Dat deed sconincs sone, was jonc.
Dit sach daar een oude quene, Een al soo vilynich vel; Sy ghinker dat licht uytblasen, Toen smoorde die jonge held. "Och moeder, myn liefste moeder, Myn hoofdjen doet mynder soo wee! Mocht icker een wyle gaan wandlen, Gaan wandelen al langs de see?"
"Och visscher," soo sprac sy, "visscher Myns vaders visscherkyn, Ghy soudt er voor my eens visschen; Het sal U ghelonet sijn!" Hy smeet syne netten in 't water, De loodekens ginghen te gront; Int corte was daer gevisschet Sconincs sone, van jaren was jonc.
Sy hielter haer lief in haer armen En spronc er met hem in de see, "Adieu", seyde sy, "Schoone wereld, Ghy sieter my nimmer meer Adieu, O myn vader en moeder, Myn vriendekens alle ghelyc, Adieu, myn suster en broeder; Ic vare naer 't hemelryck."
Fout gevonden
Bezoek het forum om fouten te melden aan de redactieraad.
© Codexfonds 2008