Codex Studiosorum Bruxellensis
Ik ben een boemelaar
Geen enkele avond ben ik thuis, joedeladeliedelee Mijn keelgat is een grote sluis, joedeladeliedelee Ik zit hier eeuwig in de kroeg, joedeladeliedelee Van 's avonds laat tot 's morgens vroeg. Joedelaa, joedelee!
Ik ben een boemelaar, een reuze boemelaar 's Zomers en 's winters,
Mooi weer of niet.(BIS)
Zie ik de bleke maan Tussen de sterren staan, Dan moet ik boemelen,
Of ik wil of niet.(BIS)
Ik zuip van baloor en verdriet, joedeladeliedelee College-lopen mag ik niet, joedeladeliedelee Ik ben altijd het zwarte schaap, joedeladeliedelee Wanneer ik daar mijn roes uitslaap. Joedelaa, joedelee!
Mijn hospita ben ik tot last, joedeladeliedelee Mijn vrienden vinden mij een kwast, joedeladeliedelee Mijn meisje heeft het uitgemaakt, joedeladeliedelee Want ik heb voor haar deur gekwaakt. Joedelaa, joedelee!
Ik ga kapot, ik weet het wel, joedeladeliedelee Mijn ziel gaat zeker naar de hel, joedeladeliedelee Al staan de paters op hun kop, joedeladeliedelee Toch hef ik nooit mijn boemel op. Joedelaa, joedelee!
Wanneer ik op het exaam kom, joedeladeliedelee Dan staan de profs gewoonweg stom, joedeladeliedelee Wanneer ik na zo'n boemeljaar, joedeladeliedelee Zoveel verstand aan wijsheid paar. Joedelaa, joedelee!
Fout gevonden
Bezoek het forum om fouten te melden aan de redactieraad.
© Codexfonds 2008