Codex Studiosorum Bruxellensis
Jan broeder
Anoniem, bewerkt door J. Vermulst
Jan Broeder vrijt een maske zoet, Een maske boven mate, En as heur pa niet thuis en is: Dan gaat em er wa bij praten, Hopsasa, ribedoebeda, Dan gaat em er wa bij praten, Falala
Volgende strofen worden op dezelfde manier gezongen
Het wier na twelven van de nacht, De klokken luidden alle, Dat maske tegen Jan Broeder sprak: Gaat en leest uw getijen, Hopsasa ...
"Mijn getijen en lees ik niet, De tijd is al lang vergane; 'k Ben liever al bij mijn zoetelief, Als bij mijn confraters alle." Hopsasa ...
Jan Broeder over 't kerkhof kwam, De preekheer kwam hem tegen, De preekheer tegen Jan Broeder sprak: Waar zijde van de nacht gebleven? Hopsasa ...
Waar da'k van de nacht gebleve ben, Dat zal mij niet berouwen: Ze schonken er bier en tapten er wijn, En ze spraken er al van vrouwen, Hopsasa ...
Jan Broeder in het klooster kwam, D'inwoners baden alle, Den ene tegen den andere sprak: Jan Broeder zal worden gevangen! Hopsasa ...
Toen hij dat daar dan had verstaan, Dat hij zou worden gevangen, Met ne sprong hij de venster uit, En hij liet zijn kap daar hangen, Hopsasa ...
Toen hij een eind gelopen had, Toen keek hij nog is omme, Hij riep: "O, kap, gij duvelskap, Gij krijgt mij niet weeromme." Hopsasa ...
Wie dat dees lieke heeft gedicht, En ja, ook heeft gezongen, Dat was ne pater, hij heette Jan, En hij is zijn kap ontsprongen! Hopsasa ...
Fout gevonden
Bezoek het forum om fouten te melden aan de redactieraad.
© Codexfonds 2008