Codex Studiosorum Bruxellensis
KEMPENLAND
Kempenland, aan de Dietse kroon Wonderfrisse perel, Kempenland, welig zoete woon Van de koene kerel. Op de heide gloort de zon Ons zo stralend tegen; Of uit frisse hemelbron, Ruist zo vro de regen.
Op de heide waait de wind Vrij van haag en heg, Op de heide waait de wind Alle zorgen weg!
De eerste vier regels van de eerste strofe worden voor elke andere strofe herhaald.
Op de heide staat een huis Rondom in het lover; Wolken blank of grauw als gruis Trekken traag daarover.
Op de heide zoete meid, Hebt ge mij verkoren Bij de gagel voor altijd, Wij u trouw gezworen.
Kempisch volk, zo vrij en blij Schoon van ziel en lijve; Harde tijden gaan voorbij, Maar een volk moet blijven.
Fout gevonden
Bezoek het forum om fouten te melden aan de redactieraad.
© Codexfonds 2008