Codex Studiosorum Bruxellensis
Het Lied van Koppelstock de veerman
A.J. Schooleman, 1934
Op 1 april 1572 brengt een slechte wind de vloot van de Watergeuzen, o.l.v. Lumey, tot voor het stadje 'Den Briel' (tegenwoordig 'Brielle'), ten westen van Rotterdam in Zuid-Holland. De veerman van het stadje, Jan Pieterszoon Koppelstock, brengt Lumey op de hoogte van het feit dat de Spanjaarden de stad net verlaten hebben, en deze dus voor het grijpen ligt. Dit lied begint wanneer Koppelstock met de boodschap van de Geuzen terugkeert in de stad ...
In naam van Oranje, doet open de poort! De watergeus ligt aan de wal: De vlootvoogd der Geuzen, hij maakt geen akkoord Hij vordert Den Briel of uw val Dat is het bevel van Lumey op mijn eer En burgers, hier baat nu geen tegenstand meer,
De watergeus komt om Den Briel!(BIS)
De vloot is met vijfduizend koppen bemand, De mannen zijn kloek en vol vuur. Een ogenblik nog en zij stappen aan land, Zij wachten bericht binnen 't uur; Gij moogt dus niet dralen, doet open die poort, Dan nemen de Geuzen terstond zonder moord
Bezit van de vesting Den Briel!(BIS)
Komt, geeft de verzek'ring, 'k moet spoedig terug De klok heeft het uur reeds gemeld. Ik zeg 't U, geeft gij mij de sleutels niet vlug Dan is reeds uw vonnis geveld. De wakkere Geuzen staan tandenknarsend daar. Zij wetten hun zwaarden en maken zich klaar.
En zweren: "Den dood of Den Briel!"(BIS)
Hier dringt men naar buiten, daar schuilt men bijeen En spreekt over Koppelstocks last: "De stad in hun handen of anders de dood" 't Besluit tot het eerste staat vast! Maar nauw'lijks is hiermee de veerman gevleid, Of Simon de Rijck heeft de poort gerammeid
En zo kwam de Geus in Den Briel!(BIS)
Fout gevonden
Bezoek het forum om fouten te melden aan de redactieraad.
© Codexfonds 2008