Codex Studiosorum Bruxellensis
De Liereman
Der was eens ne liereman Uit lieren ja gegaan En wat vond hij onder Zijne wegen staan:
Een overschoon juffrouw; Een overschoon juffrouw. En hij vroeg of zij een deuntje; Op zijn liere spelen wou.
(BIS)
Die juffrouw sprak de liereman Zo vriendelijk aan: Zijt gij zeker dat de snare van Uw liere nog zal gaan?
Kom mee naar mijn salet; Kom mee naar mijn salet. En dan spelen we een deuntje; Op de liere in mijn bed
(BIS)
De speleman die speelde Al zijn kleren uit En de snaren van zijn liere Stonden recht vooruit.
Ze slingerden alhier, Ze slingerden aldaar. En ze slingerden voor 't gaatje; Van je weet wel waar!
(BIS)
En toen dat de liereman zijn Lusten had voldaan. Is hij met een slappe slinger naar Zijn vrouwke toegegaan!
En zo komt hij naar huis; En zo komt hij naar huis. En hij komt er zonder geld en; Met ne slappe slinger thuis.
(BIS)
Fout gevonden
Bezoek het forum om fouten te melden aan de redactieraad.
© Codexfonds 2008