Codex Studiosorum Bruxellensis
Mie de appeltrut
Mie de appeltrut Heeft ze eens uitgeschud. Ze heeft een puist op haar arm En een koperen kut. Kom eens hier, ik zal u naaien Dat uw oogskens d'r van draaien En de schijn van de maan Op uw gat zal staan.
Jan de appelfluit, Heeft ze eens uitgebuit. Hij heeft een puist op zijn arm En een koperen fluit. Kom eens hier, ik zal u poepen, Dat uw oogskens er van druppen En de schijn van de maan Op uwen hol zal staan.
Fout gevonden
Bezoek het forum om fouten te melden aan de redactieraad.
© Codexfonds 2008