Codex Studiosorum Bruxellensis
Toen ik in Brussel kwam
Toen ik in Brussel kwam Die hoer stond aan de deur, Ze waggelde met haar tetten En ik stelde mijn eigen veur.
Poepeke zwam, zwam, zwam.(BIS)
Toen ik naar boven ging Die hoer lag op haar bed, Ze deed haar beentjes open En ik heb me d'rop gezet.
Toen ik naar buiten kwam Ik voelde mij zo ziek, Mijn piet begon te lopen En ik moest naar de kliniek.
Toen ik in 't gasthuis lag Die hoer kwam aan mijn bed, Ze grabbelde onder 't laken Maar mijn piet was afgezet!
Toen ik op 't kerkhof lag Die hoer stond aan mijn graf, Ze zei: "Hier ligt die smeerlap Die zijn cens aan d' hoeren gaf!"
Moraal van het verhaal:
Toen die hoer van 't kerkhof kwam Toen zag ze daar nen hond, Met olifantenkloten En ne piet tot op de grond!
Fout gevonden
Bezoek het forum om fouten te melden aan de redactieraad.
© Codexfonds 2008