Codex Studiosorum Bruxellensis
Vive, vive le geus
Uit het 'Nieu Geusen Liet-boeck', 1581. Het lied gaat terug op de slag bij Oosterweel van 13 maart 1567. De oorspronkelijke titel is: 'Hier beginnen de Liedekens van Paepken uut'. Er moet opgemerkt worden dat onze 16de eeuwse medemens klaarblijkelijk een ander gevoel voor ritme had dan wat tegenwoordig als normaal wordt beschouwd. Naast de Geus/God kwestie werd het lied dan ook op verschillende plaatsen vervormd om de "zingbaarheid" te verbeteren. Vijf strofen werden zelfs weggelaten, omdat vervorming ervan weinig van de oorspronkelijke betekenis van zou overlaten.
Ick hope dat den tijdt noch komen sal Dat men sal roepen overal, De klinkende leus Als Brederode met blij geschal: Vive, vive le Geus!
Die edele heere van Breero soet, Met graaf van Nassou, dat edel bloet, Seer ingenieus, De grave van Culenborch metter spoet: Vive, vive le Geus!
Dese hebben ons verlost van den Cardinael, Van ketter meesters int generael, Van den bisschop pompeus, Dus roepen wij met blij gheschal: Vive, vive le Geus!
De prins van Oranjen triumfant, Met and're baroenen hier int land, Sijn damboreus Geus maakte haar zijnen wille bekand, Vive, vive le Geus!
Bisschop en prelaten, acht men niet meer, Noch den paus met zijn valsche leer, Zy zijn venineus; Dus roepen wy tegen haer eer: Vive, vive le Geus!
Verblijdt u allen met groot jolijt, Die den kardinael draagt den trouw ten spijt; Als zy vragen de leus, Dus zegt ge altijd en weest verblydt: Vive, vive le Geus!
Dankt Geus den prins van 't wereltrijck, Gij die de waarheid zoekt gelijk, Hoe langer hoe meer Betert u, geeft Geus authentijk, Glorie, lof, prijs en eer!
Fout gevonden
Bezoek het forum om fouten te melden aan de redactieraad.
© Codexfonds 2008