Codex Studiosorum Bruxellensis
De Vlaamse leeuw
T: Hippoliet Jan van Peene, 1833
M: Karel van Miry, 1847
Dit lied was tot begin jaren '90 één van de afsluiters van de cantus.
Zij zullen Hem niet temmen De fiere Vlaamse Leeuw Al dreigen zij Zijn vrijheid Met kluisters en geschreeuw Zij zullen Hem niet temmen Zolang één Vlaming leeft Zolang de Leeuw kan klauwen Zolang Hij tanden heeft.
Zij zullen Hem niet temmen Zolang één Vlaming leeft
Zolang de Leeuw kan klauwen, Zolang hij tanden heeft.
(BIS)
De tijd verslindt de steden Geen tronen blijven staan De legerbenden sneven Een volk zal nooit vergaan De vijand trekt ten velde Omringd van doodsgevaar Wij lachen met zijn woede De Vlaamse Leeuw is daar.
Hij strijdt nu duizend jaren Voor vrijheid, land en Geus En nog zijn Zijne krachten In al hun jeugdgenot Als zij Hem machteloos denken En tergen met een schop Dan richt Hij zich bedreigend En vreeslijk voor hen op.
Wee hem die onbezonnen, Die vals en vol verraad, De Vlaamse Leeuw komt strelen En trouweloos Hem slaat, Geen enkele handbeweging Die Hij uit 't oog verliest, En voelt Hij zich getroffen Hij stelt zijn maan en briest.
Het wraaksein is gegeven Hij is hun tergen moe Met vuur in 't oog, met woede Springt Hij de vijand toe Hij scheurt, vernielt, verplettert Bedekt met bloed en slijk En zegepralend grijnst Hij Op 's vijands trillend lijk.
Fout gevonden
Bezoek het forum om fouten te melden aan de redactieraad.
© Codexfonds 2008