Codex Studiosorum Bruxellensis
't Vliegerke
Gents straatliedje
'k Ben nie al te zot van 't spel, Maar 'k vange gere musschen; Marblen, toppen kan ik wel, Maar daarin ben ik nie fel! 'k Zie tegenwoordig overal, En ook al in mijn strate, Jongens schuppen op nen bal, Maar ik spele 't liefst van al:
Mee mijne vlieger, mee zijne steert, Hij gaat omhoge, 't es 't ziene weerd; 'k Geve maar klauwe, op mijn gemak, 'k Hè nog drij bollekes, in mijne zak!
Mietje van de koolmarsjant, Een meisje uit mijn strate, Keurde mijne cerf-volant, En ze had er 't handje van. Want zo rap alsof de wind Was ze aan 't spelen mee mijn klauwen En ze zei: "'t Es 't spele weerd. Want hij hee ne goeie steert!"
Refrein waarbij 'drij bollekes' wordt vervangen door 'twee bollekes'
Tsjeef liet zijne vlieger op Van tsjoepe, tsjoepe, tsoepe, Maar hij stuikt op zijne kop, En muile dat hij trok; Zijne spankoorde was veel te kort En mee zijn tsietse klauwe, En daarbij was zijne steert Geen sjieke toebak weerd,
Refrein waarbij 'drij bollekes' wordt vervangen door 'een bolleke'
Overlaatst op 't St.-Denijsplein, Mijne vlieger was aan 't zweven, Er kwam een wijf, een groot venijn, En ze zei: "Da mag nie zijn Hij hangt te veel in mijne weg!" Ze begost er aan te sleuren, En op één, twee, drij, pardaf, De koorde schoot eraf!
laatste refrein
Hij was gaan vliegen, al mee de wind. 'k Stonde te schriemen, 'k was maar een kind. Mijne bol klauwe, die ging ne gang, Da zal 'k onthouden, mijn leven lang!
Fout gevonden
Bezoek het forum om fouten te melden aan de redactieraad.
© Codexfonds 2008